Verlichting
Lichtberekening. De ruimteafmetingen, de lichthoeveelheid in LUX, de lichtstroom van de lamp in LUMEN en het geselecteerde armatuur wordt ingevoerd waarna Kabel++ het aantal armaturen berekent.
Selectiviteit
Om de selectiviteit te bepalen kan de gebruiker een tweede beveiliging opgeven welke vòòr de beveiliging van de afgaande kabel is geschakeld. Zoals ook in de light versie bepaald Kabel++ de grootte van de directe beveiliging (smeltpatroon of automaat met of zonder aardlek en thermische en magnetische instelling) van de motor.
In de Advanced versie bepaalt Kabel++ op basis van de nominaal stroom, eveneens zoals in de Light versie, de grootte van de directe beveiliging en de optredende kortsluitstromen, maar berekent aanvullend de en selecteert op basis daarvan de hoofd- of voorbeveiliging.
De selectiviteit wordt niet gewoon bepaald op basis van ‘2 stappen hoger’, maar op basis van de werkelijke karakteristieken en de optredende kortsluitstroom.
De grafieken van zowel de hoofd als de directe beveiligingen worden grafisch weergegeven waarbij de nominale-, motorstart- en kortsluitstroom worden weergegeven.
Indien een transformator berekening is gedaan binnen Kabel kan Kabel++ de demping van de transformator met hoofdrail en hoofdvoedingskabel in rekening brengen in de selectiviteit die hierdoor wordt verbeterd over het algemeen.
In de netwerk module wordt de selectivteit tussen allen beveiligingen in de verdelers eveneens bepaald op grafiek en kortsluitstroom.
Zwevende voeding middels een scheidingstransformator
In de afgaande eindgroep kent Kabel++ de inzet van een scheidingstransformator.
Dit komt bijvoorbeeld voor bij:
– wisselverwarming in een trein of metro spoorlijn. De voeding naar de wisselverwarming is dan zwevend t.o.v. aarde.
– Een andere functie kan zijn een stepup /down transformator, bijvoorbeeld t.b.v. een bronwaterpomp ver in het grondwatergebied.
– Stuurstroomtransformator.
Aanvullend zijn enkele berekeningstools opgenomen om een snelle indruk te geven. Zo is de verlichtingsberekening niet bedoeld om als vervanger van bijvoorbeeld Dialux te zijn, maar om een snelle berekening mogelijk te maken voor aan te brengen verlichtingsarmaturen. (Tegenwoordig met name LED armaturen.)
Voor de pompberekening en leidingberekening is het hier bedoeld om een inschatting te geven voor de situatie dat de collega werktuigbouwkunde zijn gegevens nog niet beschikbaar heeft, maar je als elektrotechnisch engineer toch vooruit moet om de grootte van de energie distributie te bepalen, om daarmee de grootte van de schakelkasten te kunnen inschatten en daarmee de grootte van de schakelruimte te bepalen, zodat de bouwkundige collega vervolgens vooruit kan.
Pomp en leidingberekening
– Het eenvoudig bepalen van het asvermogen van een pomp op basis van debiet en statische en dynamische opvoerhoogte. Voor de elektrotechnicus die even een idee moet krijgen wat het vermogen ongeveer zal worden maar welke de werktuigbouwkundige collega uiteindelijk definitief zal bepalen.
Tevens is een beknopte snelle leidingverliesberekening om de dynamische opvoerhoogte in te schatten, is een waterslagberekening opgenomen, en is een bergingsberekening opgenomen.
– Berekenen van een debiet versus leidingdiameter,
– Berekenen van het totaal rendement, vanaf transformator t/m de pomp;
Verlichting
Lichtberekening. De ruimteafmetingen, de lichthoeveelheid in LUX, de lichtstroom van de lamp in LUMEN en het geselecteerde armatuur wordt ingevoerd waarna Kabel++ het aantal armaturen berekent.
De geluidsdruk berekenen van bijvoorbeeld een transformatoropstelling op een zeker afstand;
De basis van het programma is het bepalen van de belasting van de kabel bij de op te geven kabelconfiguratie en kabellegwijze via de tabellen van de NEN-1010, het spanningsverlies en de kortsluitlengte, de doorsnede van de kabel te berekenen. Deze kortsluitlengte hangt onder meer af van de geselecteerde smeltveiligheid of automaat, en onder andere het feit of de kabel een afgeschermde uitvoering is. Zo hangt het spanningsverlies af van de werkelijke belasting van de kabel. Daarnaast hangt het af van de schakeling van de voeding of motorveld.
Als invoer voor de kabelberekening wordt door de gebruiker opgegeven het motor-asvermogen(kW) of de ontwerpstroom.
De kabeldoorsnede loopt van 0,25 mm2 tot en met 2500mm2.
Als voor het type belasting een motor is gekozen, dan selekteert het programma een standaard motor en berekent daarvan het rendement en beschouwt de aanloopstroom in relatie met de wijze van aanloop (direct, softstarter, frequentie omvormer), en kiest de waarde van de smeltveiligheid of automaat.
Doordat alle gegevens in één enkele overzichtelijk scherm opgenomen zijn, kan met de parameters worden gespeeld en worden gezocht naar een zo gunstig mogelijke kabel. Door te ‘spelen’ kan bijna altijd een goedkopere kabel worden gevonden!
Afdruk– zowel fabrikaten zoals ABB, Schneider, Siemens, Eaton, Hager, als – normkarakteristieken zoals de B,C,D en de K karakteristiek, – normkarakterstieken zoals gG, gL en aM smeltveiligheid, – en electronische trip.De gebruiker kan deze zelf uitbreiden. Ook zijn een aantal bijzondere beveiligingen opgenomen.
– Zo is voor de openbare verlichting de Pro-tec opgenomen, – en voor de beveiliging van een generatorkabel is een differentiaalbeveiliging opgenomen (o.a. de Selco-T2900 of de Woodward MRD) – Voor o.a. Transformatoren zijn de inverse thermische karakteristieken conform IEC 60255-3 opgenomen, – en voor motoren de NEMA thermische trip karakteristieken.
Wat vaak de sluitpost is, de doorsnede van de bedrading in de kast voor elke afgaande groep bepalen. kabel++ presenteert in elke afdruk van het berekeningsresultaat ook de doorsnede van bedrading in de kast voor de betreffende afgaande groep. De doorsnede van de kastbedrading of montagesnoer wordt dan berekend voor zowel losse bedrading als voor bedrading die in een draadgoot ligt. Het programma kiest dan uiteraard automatisch voor VD installatiedraad, montagesnoer.

Optimale kabeldoorsnede versus energieverlies in de kabellengte.
Hoe dikker de kabel des te lager het spanningsverlies en dus minder energieverlies t.g.v. de ontwerpstroom. Echter een grotere kabeldoorsnede gaat ten koste van een hogere investering. Hier moet dus een balans voor worden gevonden.
Kabels voor functiebehoud moeten ook tijdens brand hun functie kunnen blijven uitvoeren.
Eisen t.a.v. functiebehoud zijn opgenomen in de NEN-2575 en de NPR-2576 en te voldoen aan de DIN-4102 en de EN-50200. In de database met kabels zijn enkele kabeltypen t.b.v. kabels met functiebehoud opgenomen.
T.a.v. de hoge temperatuur kan in Kabel++ worden opgegeven hoe met spanningsverlies en kortsluitlengte rekening gehouden moeten houden.
Kabels voor functiebehoud worden vaak oranje uitgevoerd en worden bij voorkeur in een aparte kabelgoot gelegd dan wel minimaal 500 mm diep in de grond. Volgens de nederlandse norm zou de kleur rood moeten zijn.
Voor de aanduiding wordt de brandduur uitgedrukt in E30, E60 E90 of FB30, FB60, FB90, ofwel de laatste is 90 minuten geschikt om te blijven functioneren. Daarnaast moeten de kabel moeilijk brandbaar (IEC 60332-3) zijn en halogeenvrij (IEC-60754/IEC-61034).
Bij frequenties hoger dan 50 Hz, of doorsneden van 300 mm2 en hoger gaat het skin effect meetellen. Kabel++ houdt daar uiteraard rekening mee. In aanvulling kan voor Milliken ingesteld worden om het skineffect deels teniet te doen.